Make your own free website on Tripod.com
dit is waar we zijn



menu-links


poëzie

essays

foto's

citaten

boekrecensies

gastenboek
Maximiliaan Derawijde



Essays en andere schrijfsels, alle vanzelfsprekend onder copyright... de meest recente is hier volledig online, oudere zijn als word-document te downloaden...


Oudere teksten

Het migrantenvraagstuk in Vlaanderen
L'amour des trois oranges
Perfectionisme
God is dood



Laatst toegevoegd

20/04/2004: Gelukkig zijn

Op welke wijze ben ik in dit leven geworpen? Ik ervaar mijzelf niet als bijzonder, maar slechts als één van de velen. Anderzijds kan ik niets anders weten dan vanuit mijn eigen standpunt en vanuit mijn eigen ervaringen. Dat ik slechts één van de velen ben, en in zekere zin de anderen nodig heb, weerhoudt er mij niet van om telkenmale opnieuw te willen terugkeren naar mijzelf, en terug te vallen op mijn eigen wereldje. De buitenwereld bestaat voor mij slechts voor zover deze mij een zeker nut bezorgt. Dat nut kan zich op heel wat verschillende manieren manifesteren. De belangrijkste hiervan is die van het geluk: ik vraag me dan af of iets mij gelukkig maakt. Ik moet hier wel nuanceren: ook omwille van mijzelf, los van de buitenwereld, kan ik tot een hoge vorm van geluk komen. Maar wat zich buiten het loutere “ik” bevindt, heeft de potentie een extra dimensie te geven aan mijn gelukkig-zijn. Men kan mijn inziens twee vormen van geluk onderscheiden. Ieder individu voor zichzelf heeft weliswaar andere prioriteiten, maar op basis waarvan men “geluk” definieert, is voor elke mens te onderscheiden. Men kan in de wereld (in mijn wereld) spreken van oppervlakkig geluk en diepgaand, ten gronde voerend geluk.

Dit onderscheid is voor mij van vitaal belang. Waar het ene in grote mate afhankelijk is van de omstandigheden, geldt dit voor de diepgaande vorm van geluk veel minder. Het is te zeggen: diepgaand geluk manifesteert zivch als een algeheel gevoel dat opvallend stabiel aanwezig is. Natuurlijk is deze vorm van geluksbeleving ook tot stand te komen door eerdere ervaringen van oppervlakkig geluk. Deze stapelen zich op, en kristalliseren zo tot een stabielere vorm van welbevinden: een vorm van optimistisch in het leven staan. Als deze sterke vorm van geluksbeleving aanwezig is bij iemand, staat deze persoon veel stabieler in het leven. Deze mens zal minder snel de moed verliezen als hij tegenslagen meemaakt.

Ziedaar ook de noodzaak van geborgenheid tijdens de eerste levensjaren: daar ontwikkelen zich de basiscapaciteiten die ons toelaten op de best mogelijke wijze met tegenslagen om te gaan. Ik wil niet zeggen dat men deze wijze van omgaan met (on)geluk niet meer kan aanleren op een later tijdstip, maar het basisgevoelen van wantrouwen en angst dat ontstaat bij een gebrek aan geborgenheid, wegnemen vraagt een geduldige wijze van bombardement: kleine bommetjes die langzaam het fundament van angst ondergraven. Langzaam, want als dit te snel gebeurt, wordt de ene grondhouding (die van het wantrouwen) weliswaar weggevaagd, maar door de haast komt er geen andere grondhouding in de plaats. Of wel een grondhouding, maar één die niet doorleefd is, en zeker niet bestand is tegen tegenslagen. En de aanwezigheid van een stabiele grondhouding van vertrouwen is van het grootste belang voor het verwerven van een stabiele vorm van geluksbeleving. Deze beleving is veranderd in iemands zijn. Op deze manier kan men het beste om met de tegenslagen die het leven biedt. Want het leven is, in weerwil van de mens zelf, een amoreel gebeuren. Slechts door de mens zelf ontwikkelt zich een moraliteit, en dan nog slechts in contact met een “ander”.

Wordt (misschien) vervolgd.